Goede voornemens: hoe pak je die nu goed aan?

Het is eind 2019 als ik over straat loop en wordt aangesproken. Iemand van het Nibud vraagt mij naar mijn ‘goede-geld-voornemens’. Ik beken dat ik deze eigenlijk altijd wel heb, zowel bij de start als gedurende het jaar. In de basis komt dit neer op minder geld uitgeven aan niet noodzakelijke spullen om de meest uiteenlopende redenen. Bijvoorbeeld vanwege het klimaat, om te sparen voor een verbouwing (of zelfs een heel nieuw huis) of om eindelijk mijn studieschuld af te lossen. Drie keer raden hoeveel er de laatste jaren van deze voornemens is terechtgekomen? Juist, weinig tot niets. Zou 2020 dan hét jaar worden waarin het wel gaat lukken? Ik vrees van niet.

Wat zegt de wetenschap?

Een bekende theorie uit de sociale psychologie is de theorie van gepland gedrag van Icek Azjen. Volgens deze theorie is motivatie de voorwaarde om tot een gedragsverandering te komen. Logisch. Die motivatie hangt af van een drietal zaken:

  1.  Hoe belangrijk je de betreffende gedragsverandering vindt
  2. De sociale druk die je ervaart om je gedrag te veranderen
  3. De mate waarin jij denkt dat je in staat bent tot de gedragsverandering

Wat gelijk opvalt is dat het feit dat ik nu al denk dat mijn goede-geld-voornemens niet gaan lukken redelijk funest is voor de kans van slagen. Echter, ook wanneer je super gemotiveerd en overtuigd bent dat het dit keer gaat lukken én je natuurlijk vol goede moed bent begonnen, blijkt volhouden knap lastig. Wellicht herkenbaar: In 2020 ga je minder overwerken, meer sporten, minder alcohol drinken, vroeger opstaan en stop je eindelijk echt met roken. Je weet echt dat het goed voor je is en dat het dit keer gaat lukken. Vervolgens vind je al je goede plannen twee weken later terug in de prullenbak… Een gedragsverandering is namelijk moeilijk, heel moeilijk.

“Hoe gemotiveerd je ook bent, veel goede voornemens belanden toch in de prullenbak.”

Hoe komt dit?

Een gedragsverandering doet een (groot) beroep op je zelfbeheersing. In de zin dat je jezelf er toe moet zetten iets te doen of juist te laten. Vaak betekent dit dat je in plaats van gedrag wat een directe behoefte bevredigt, iets moet doen (of laten) dat op de lange termijn voordeel oplevert. ’s Morgens nog even in bed blijven liggen levert direct wat op, terwijl meteen opstaan als de wekker gaat pas later op de dag als je op tijd naar huis kunt. Wellicht lukt het je een aantal keer je goede voornemen in praktijk te brengen. Hetgeen belonend werkt: je voelt je goed en sterk omdat je zo lekker bezig bent. Na verloop van tijd wordt dit gevoel minder; kiezen voor het gewenste gedrag geeft steeds minder voldoening en vergt daarmee steeds meer discipline

Volgens de zelfregulatie theorie van Baumeister kost zelfbeheersing letterlijk energie. Jezelf beheersen is dus moeilijker als je minder energie hebt. Ga maar eens boodschappen doen terwijl je honger hebt. Gegarandeerd kom je dan thuis met meer rotzooi dan nodig. Een laag energielevel heeft tot gevolg dat je meer impulsief of volgens je gewoontes te werk gaat. Impulsen en gewoontes vereisen weinig tot geen energie. Volgens deze theorie kost ook het maken van afwegingen energie en vergroot dit dus de kans dat je terugvalt in impulsief- of gewoontegedrag.

“Zelfbeheersing kost letterlijk energie. Ga maar eens boodschappen doen als je honger hebt.”

Lukt het dan nooit?

Zeker wel. Ik ken genoeg mensen die tot een gedragsverandering zijn gekomen. Vrienden die hun werk anders aan zijn gaan pakken of na veel uitstel toch afstuderen. Daarbij ken ik een aantal voormalige rokers. Het sleutelwoord voor al dit succes: ‘doen’. Niet teveel afwegingen maken, maar in actie komen. Ook concreet maken wanneer je wat gaat doen helpt. Dus niet alleen zeggen ‘ik ga meer sporten’, maar voor jezelf duidelijk maken hoe vaak en wanneer je dit wil doen. Dan hoef je daar al niet meer over na te denken. Afwegen is ook niet meer nodig wanneer gedrag een gewoonte wordt. Uit onderzoek blijkt dat je iets gemiddeld 66 keer moet doen, om het een gewoonte te maken.

Verder helpt het om niet teveel in één keer te willen doen. Dit vermindert namelijk de kans van slagen, omdat dit ofwel teveel energie kost, ofwel teveel negatieve emoties oproept die demotiveren. Bovendien vergroot dit de kans van ‘alles of niets’ denken. Mislukt er een voornemen, zijn we al snel geneigd de rest ook overboord te gooien. Door stapsgewijs een beroep te doen op je zelfbeheersing, train je deze bovendien. Hierdoor ben je steeds beter in staat jezelf te beheersen op allerlei gebieden en dus je goede voornemens waar te maken.

“Uit onderzoek blijkt dat je iets gemiddeld 66 keer moet doen, om het een gewoonte te maken.”

Perfect bestaat niet

Ergens las ik dat zelfbeheersing uiteindelijk niet gelukkig maakt. Dit vind ik ook wel een aangename gedachte. Hierdoor voel ik minder noodzaak hard mijn best te doen dit te trainen, om zo in staat te zijn tot allerlei gezonde en verantwoorde gedragingen zoals mijn ‘goede-geld-voornemens’. Echter, bij nadere studie las ik dat zelfbeheersing toch vooral positieve gevolgen heeft voor je. Dan houd ik het er maar op dat ik mensen die zichzelf af en toe niet kunnen beheersen (met de kanttekening dat ze hiermee anderen geen leed berokkenen), een stuk leuker vindt dat zij die alles volledig onder controle hebben. En zo koop ik zonder schuldgevoel toch iets niet noodzakelijks…

Nu ben jij als lezer natuurlijk ook op zoek naar een goed (geld) voornemen. Combineer het in de vorm van de eerste stap naar jouw droombaan. Dat doe je eenvoudig door je aan te melden voor een assessment.

Verder lezen

Ampel, B.C., O’Malley, E.E., & Muraven, M. (2016). Self-control and Motivation: Integration and Application. In E.R. Hirt, Clarkson, J., & L. Jia (Red.), Self-regulation and Ego-control (pp. 125-141). Cambridge, Massachusetts: Elsevier. Doi: 10.1016/B978-0-12-801850-7-00007-X

Azjen, I. (1991). The theory of planned behavior. Organizational behavior and human decision processes, 50, 179-211.

Baumeister, R.F., Tice, D.M., & Vohs, K.D. (2018). The strength model of self-regulation: Conclusions from the second decade of willpower research. Perspectives on Psychological Science, 13(2), 141-145. Doi: 10.1177/1745691617716946

Baumeister, R.F., & Tierney, J. (2011). Willpower: Rediscovering the greatest human strength. New York: The Penguin Press.

Dean, J. (2013). Making habits, Breaking habits.  La Vergne, Tenn.: Ingram Publisher Services.

Launspach, T. (2018, 31 december). Waarom goede voornemens niet werken. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/ad-werkt/waarom-goede-voornemens-niet-werken~ac965359/

Wiese, C.W., Tay, L., Duckworth, A.L., D’Mello, S., Kuykendall, L., Hofmann, W., Baumeister, R.F., & Vohs, K.D. (2018). Too much of a good thing? Exploring the inverted U-relationship between self-control and happiness. Journal of Personality, 86(3), 380-396. Doi: 10.1111/jopy.12322

Meld je aan
BIJ PROCAM...
  • Kies jij zelf je IT baan bij één van onze opdrachtgevers.
  • Volg jij trainingen die het beste in jou naar boven halen.
  • Krijg jij persoonlijke begeleiding van jouw eigen coach.
  • Ontwikkel jij jezelf als veelzijdige professional.
  • Volg jij je trainingen met een vaste groep trainees.
  • Word jij onderdeel van de bruisende Procam community.