‘Ride for the Roses’: fietsen voor een goed doel

Door: Charlotte Bijl

Het begon allemaal met collega Hans die iedereen bij Procam enthousiast probeerde te maken voor de Ride for the Roses: 100 kilometer fietsen voor het goede doel. Nu heb ik sinds ruim een jaar een racefiets en fiets ik zo nu en dan een rondje met mijn tantes op de donderdagavond. Echter fietsen we dan meestal een kilometer of 30 of 40 op ons gemakkie. Aan de andere kant was ik wel toe aan een sportieve uitdaging. Omdat het grootste vermaak leedvermaak hierbij een verslag van hoe de dag verliep.

Goede voorbereiding is het halve werk
De fietstocht vindt elk jaar plaats op een andere plek. Dit jaar vond hij plaats in Zeeland. Niet bepaald naast de deur. Ik had in mijn hoofd dat de tocht eind van de middag zou zijn en we konden afsluiten met bier en bitterballen. Toen Hans het over koffie en appeltaart na afloop had, ging ik me toch achter mijn oren krabben. Ik besloot maar eens de site te bezoeken en daar stond het: vertrek om 10 uur ’s ochtends! Hoe krijg ik dat voor elkaar? Na overleg in de groepschat van team Procam – Janssen (Janssen is een samenwerkingpartner van Procam), kreeg ik zomaar een slaapplek en een lift aangeboden van Ralph uit Leiden.

Ralph bleek een echte fietsfanaat te zijn! Ik kreeg dan ook een beetje op mijn kop dat ik mijn fiets nooit schoonmaak. Schoonmaken van je racefiets leek me dweilen met de kraan open. Vervolgens vroeg hij of ik mijn fiets gesmeerd had. “Uh, hij ziet er uit alsof er smeer op zit. Ik krijg trouwens ook zwarte vlekken als ik tegen de ketting aanloop.” Dat bleek niet genoeg. Met toverspul van Ralph deed ik er nog een laagje overheen. “Hoe hard heb je je banden opgepompt?” “Totdat ze hard aanvoelden en pompen heel lastig werd?”. Schijnbaar moet je naar de druk kijken, het aantal bar. Ralph pompte er nog wat bij en de volgende ochtend ging de wekker om 6 uur ’s ochtends, want we hadden nog een lange weg te gaan.

Wat wijze fietslessen in de auto later, kwamen we aan in Goes en vonden we de rest van het team. Met zijn allen in het starthok, wachten totdat heel hard ‘The Rose’ door de speakers klinkt en iedereen eerbiedwaardig zwijgt. Een mooi moment. Daarna gaan de colonnes de fiets op en kan het feest beginnen. Mijn racefiets is van mijn moeder geweest, een prachtig licht dingetje met van die klikschoentjes erbij. Ik dacht dat ik zo op zou gaan in de menigte. Uit die droom werd ik snel verholpen door teamgenoot Piet, die zei dat mijn frame alweer bijna geld waard was. Maar bij het testen woog hij niet meer dan hun fiets. Nou ja, misschien een paar extra gram door wat aangekoekte aarde.

“Fiets mee in jouw tempo”
Bij een kilometer of 17 gingen we, overdreven snel, de Zeeland brug op. Dit leverde wel mooie zeegezichten op met allerlei zeilboten. Dit werd ineens iets minder mooi toen Hans zei: “Daar hadden we ook op kunnen zitten”. De rit was echt 100 km achter elkaar, zonder stops. Dat zorgt wel voor wat ongemakken. Kennen jullie de piramide van Maslow? Je moet eerst zorgen voor je basisbehoeften voordat je je verder kan ontwikkelen. Tijdens zo’n lange tocht komen er een aantal in het geding: eten, drinken, en als vrouw kan je overtollig vocht langs de weg ook niet makkelijk kwijt. Bij 17 km verga ik al van de honger en werk ik mijn eerste mueslibar weg nadat ik met mijn tanden een stukje van de verpakking had gescheurd.

Zo tegen de 20 km hadden we al een aantal keer moeten stoppen vanwege versmallingen in combinatie met de grote mensenmassa, maar nu loopt het helemaal vast. Goed moment voor een banaantje. Ik vroeg me al af wat  ik met de schil moest doen, maar die kan ik nu in alle rust naar de kant slingeren zonder een Mario Kart effect te veroorzaken. Achter me hoor ik iemand roepen “Ha! Dat wordt weer een bananenplant”. Nadat we de fanfare passeren komt de boel weer op gang.

Rond de 40 km fietsen we over een dijk met wind tegen. Ineens mis ik de mensenmassa’s. Ik ben mijn teamgenoten kwijt en ploeg tegen de wind in. Het lukt steeds net niet om aan te sluiten bij de groepjes die me inhalen. Gelukkig komt een man me een tijdje gezelschap houden en een babbeltje maken. Langs de kant staan vissers en ik verzucht dat ik wel een harinkje zou lusten. Daarna vraag ik aan mijn gezelschap voor wat voor bedrijf hij werkt en blijkt hij bij  een viswinkel te werken. Met een haring kan hij me echter niet helpen. Even later gaat hij op zoek naar zijn eigen groep.

48 km Bijna op de helft! Ik kijk op mijn gps horloge, 48,2 km! Ik kijk weer: 48,25 km. En weer: 48,4 km, waar blijft die 50? Misschien moet ik niet meer kijken. Hé! Wie zie ik na de dijk naast de weg staan: mijn team! Verheugd voeg ik me bij hen en wachten we nog op een achterblijver. Tot…is dat nou de bezemwagen? Oh…daarna houden ze de weg niet meer vrij. Toch maar weer op de fiets. Ik fiets achter mannen aan die 3-5 keer per week minstens 70 km fietsen. Ze zeggen: laten we bij elkaar blijven, in een treintje, dan halen we de bezemwagen wel weer in. Het treintje is al snel ontspoord, de bezemwagen lokt ze. Ex-collega Tom blijft nog even bij me, maar zegt na een paar minuten: “Ik ga even vooruit om te kijken waar ze zijn, ben zo weer terug”. Famous last words. Ik zie hem bij de finish pas weer.

“Gelukkig was het team wel makkelijk te herkennen!”

In de versnelling
70 km Ik heb nieuwe vrienden gevonden! Een groep mannen uit het Zuiden, met het hoofd van een collega op hun shirt waarvoor ze fietsen. Zij moeten toch aardig zijn? Eén komt een babbeltje met me maken, maar blijft daardoor iets achter op de rest. “John komde?” “Ik ben even met dit grietje aan het praten, ze fietst helemaal alleen!”. Bijna 30 jaar en toch nog een grietje genoemd worden, dat is een winst. Ik vraag me af of ik er door deze tocht ouder of jonger uit ga zien.

90 km Ik ben er inmiddels van overtuigd dat ik er ouder uit ga zien. Hans had van tevoren gezegd dat hij doping mee zou nemen. Bleek het een grap te zijn. Ik bedenk me dat ik misschien een grotere kans op doping had gemaakt bij de collega’s van Janssen, zij ontwikkelen immers vaccins. Er stroomt een traantje uit mijn rechteroog, is het de wind of huil ik? Mijn bidon is inmiddels leeg dus ik ben niet zo blij met dit vochtverlies. Zou ik voortaan alleen nog met een oog kunnen huilen?

99,4 km Zegt mijn gps horloge. Dat is gek. Want het einde is nog niet in zicht. Ik zeg dit hardop tegen mijn nieuwe vrienden. Die vertellen me dat het geen 100 maar 109 km is. Ik voel me gefopt, belazerd, in het ootje genomen! Alles doet pijn, maar ik ploeter voort. Ik dank god voor de wat bredere medemens die me uit wind houdt en haal 9 lange kilometers later de finish. Al snel vind ik mijn team en high five ik op een goede afloop. Want ik mag dan wel een beetje klagen, het was een prachtige tocht met het heerlijkste weer wat je je maar kan wensen. Overigens ook prima weer om op een terrasje te zitten, maar dat is toch een stuk minder stoer (ook minder pijnlijk). Waarschijnlijk ben ik volgend jaar wel de pijn, maar niet de mooie vergezichten vergeten. Herinner me dan maar niet aan deze blog. En doen jullie dan ook mee?

Meld je aan
BIJ PROCAM...
  • Kies jij zelf je IT baan bij één van onze opdrachtgevers.
  • Volg jij trainingen die het beste in jou naar boven halen.
  • Krijg jij persoonlijke begeleiding van jouw eigen coach.
  • Ontwikkel jij jezelf als veelzijdige professional.
  • Volg jij je trainingen met een vaste groep trainees.
  • Word jij onderdeel van de bruisende Procam community.